Overdenking 2026 KC16 - Waar ben ik?
Komende periode zullen we meerdere keren teruggrijpen op de gelijkenis die beschreven staat in Matteüs 25:31-46. In een lange toespraak die gaat over de eindtijd en de laatste dingen, vertelt Jezus een gelijkenis over de mensheid die verdeeld wordt in twee groepen: de schapen rechts (de rechtvaardigen) en de bokken links (de onrechtvaardigen).
Het verdelen van mensen in twee groepen doen we vaker. Het is een fijne manier om naar de wereld te kijken. Spreken in tegenstellingen scoort. Dat zien we bijvoorbeeld in de media en in de politiek. Je bent vóór iets, en als je niet vóór bent, dan ben je dus automatisch tegen. Het maakt de wereld zwart wit, zet links tegenover rechts, verdeelt de werkelijkheid in ‘wij’ tegen ‘zij’. Met nuance win je het gesprek niet.
In de media wordt er in dit verband vaak gesproken over polarisatie. In een debat of situatie zijn er dan twee uitersten die recht tegenover elkaar staan. Beide groepen zijn erop uit om hun eigen mening te verkondigen en vergeten daarbij vaak om te luisteren naar de ander.
Overigens werkt ons brein ook zo. Als we ergens van overtuigd zijn, dan is ons brein geneigd om tegenargumenten af te doen als niet waar of onbelangrijk.
Je kunt op deze manier ook naar de Bijbel kijken. Het wordt dan een boek dat je helpt om je eigen gelijk te onderstrepen. En eerlijk is eerlijk: met de Bijbel in onze hand zijn een hoop tegengestelde meningen te verkondigen. Daar is geen kunst aan!
Zo riep Poetin op om mee te doen in de ‘heilige strijd’ want ‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden’ (Joh. 15:13). Netanyahu refereerde aan ‘het uitwissen van de herinnering aan Amalek’ (Deut. 25:17-19). En Trump noemde ‘oog om oog, tand om tand’ (Ex. 21:24) als zijn favoriete Bijbeltekst.
Maar als we de Bijbel gebruiken voor ons eigen gewin, dan beginnen we volgens mij aan de verkeerde kant.
Onze eigen mening lijkt soms op een ondoordringbaar fort gebouwd van betonblokken waarop staat ‘zo is het altijd gegaan’. Daaromheen staat een stevig hek van wat wij noemen ‘de traditie’ en hebben we een flinke slotgracht gegraven met Bijbelteksten die ons wel goed uitkomen. Als iemand vervolgens over de ophaalbrug probeert te komen, halen we die snel omhoog met de uitspraak ‘je mag het misschien niet zo zeggen, maar…’ en dan volgt er meestal een niet zo genuanceerde mening.
Natuurlijk overdrijf ik! Maar u herkent misschien wel wat uitspraken of de dynamiek die ik hier probeer te omschrijven.
De kunst is alleen om nu niet te denken: ik herken mijn buurvrouw, mijn opa, die politicus, dat ene gemeentelid of mijn partner hierin.
Als Jezus in Matteüs 25 de werkelijkheid verdeelt in twee groepen, dan doet Hij dat niet om ons iets in handen te geven om tégen de andere groep te gebruiken. De eerste vraag is: waar zijn we zelf? De Bijbel doet namelijk niet aan toeschouwers die wijzen naar anderen. Zij doet niet aan makkelijke antwoorden. Zij zet degene die de tekst leest en hoort nooit buiten spel, maar houdt steeds weer een spiegel voor die vraagt om moed om daar zelf in te kijken.
Het is de relatie met elkaar en met God die in de gelijkenis door Jezus onder een vergrootglas wordt gelegd. Zij stelt aan ons de vraag: waar ben jij? Het is een pleidooi om ons niet terug te trekken in onze eigen bubbel, maar om onszelf af te vragen: kan ik de aandacht opbrengen om te luisteren naar het verhaal van een vreemdeling? Heb ik de moed om echt te zien wat het betekent om al jaren te leven met een chronische ziekte? Wil ik een vriend zijn voor iemand in rouw? Neem ik de tijd om een kop koffie te drinken met iemand die compleet anders in het leven staat dan ikzelf?
Waar ben jij? Want in de werkelijke ontmoeting met de ander, ontmoeten we Christus zelf.
Hartelijke groet, ds. Barbara Broeren
