Welkom op de website van de
Vredeskerk Katwijk

Adres: Baljuwplein 1, 2225 BR Katwijk

Overdenking 2026 KC11 - Zevenenzeventig keer anders

Overdenking 2026 KC11 - Zevenenzeventig keer anders

Een heel aantal alinea’s in de Bijbel, met name in het Oude Testament, zijn geslachtsregisters. Het zijn gedeelten die we gemakkelijk overslaan, want we ervaren dat als saaie en oninteressante lijsten. Maar niets is minder waar! Geen enkele tekst staat zomaar in de Bijbel, maar soms moet je iets langer zoeken en studeren om de onderliggende reden en geloofswaarheden te ontdekken.

Zo wees iemand mij op de geslachtsregisters in Genesis en hoe het evangelie van Jezus daar dwars doorheen klinkt. In Genesis 4 en 5 staan twee geslachtslijnen naast elkaar genoemd. En daar is iets opvallends mee aan de hand. Want in de geslachtslijn van Kaïn en in de geslachtslijn van Set komen namen voor die sterk op elkaar lijken: Henoch, Lamech, Metusaël en Metuselach, Irad en Jered. Het is alsof dezelfde melodie twee keer klinkt, maar in een andere toonsoort.

Genesis 4 vertelt de lijn van Kaïn. Kaïn, die zijn broer Abel doodsloeg. Kaïn, die van God de vraag kreeg: “Waar is Abel, je broer?” En Kaïn, die antwoordde: “Moet ik soms waken over mijn broer?” In die ene zin klinkt de breuk door die de zonde veroorzaakt: de mens raakt niet alleen verwijderd van God, maar ook van zijn naaste.

Toch is de lijn van Kaïn niet zonder ontwikkeling. Er wordt een stad gebouwd. Er ontstaan veeteelt, muziek en smeedkunst. De mens blijkt creatief, vindingrijk en ondernemend. Maar onder die ontwikkeling blijft iets onopgelost. De schuld is niet werkelijk beleden. De breuk met de naaste is niet geheeld.

Dat wordt zichtbaar bij Lamech. Hij zingt een hard lied: “Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventigmaal.” Wat bij Kaïn nog Gods bescherming was (het geweld werd begrensd door het teken waar God hem mee merkte) wordt bij Lamech een dreigende taal van zelfhandhaving. Hij maakt duidelijk: Wie mij raakt, die zal het weten. Wie mij kwetst, krijgt het dubbel terug. Wraak wordt vermenigvuldigd.

Maar dan komen we bij Genesis 5, bij de lijn van Set, die anders klinkt. Ook als we dat geslachtsregister lezen merken we dat daar het leven gebroken is. Steeds klinkt het refrein: “daarna stierf hij.” Maar midden in die sterfelijkheid is er hoop: Henoch leefde in verbondenheid met God (in de NBG51: wandelde met God).

En opnieuw verschijnt er een Lamech. Maar deze Lamech spreekt niet over wraak. Bij de geboorte van zijn zoon Noach zegt hij dat hij “troost zal geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is.”

Twee Lamechs. De één zoekt wraak. De ander verlangt naar troost.

Die spanning loopt door tot in het Nieuwe Testament. Als Petrus aan Jezus vraagt hoe vaak hij zijn broeder of zuster moet vergeven (tot zevenmaal toe?), antwoordt Jezus: “Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.” (Mt. 18:21-22) Daarmee keert Jezus de taal van Lamech uit Genesis 4 om. Lamech vermenigvuldigt de wraak, Jezus vermenigvuldigt de vergeving.

Dat is geen goedkope opdracht. Vergeven betekent niet dat kwaad wordt goedgepraat. Het betekent niet dat pijn er niet toe doet, of dat grenzen verdwijnen. Bijbelse vergeving begint juist bij de waarheid en de erkenning: dit was verkeerd, dit deed pijn, dit had niet mogen gebeuren.

Maar vergeving weigert om wraak het laatste woord te geven. Vergeving zegt: ik geef het oordeel terug aan God. Ik laat bitterheid niet mijn hart regeren.

Aan het kruis zien we wat dat kost. Jezus, onschuldig verworpen en gekruisigd, had alle recht om Lamech na te zeggen. Maar Hij bidt: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Lc. 23:34) Daar wordt de kring van geweld doorbroken. Niet door het kwaad te ontkennen, maar doordat Jezus het kwaad draagt en niet teruggeeft.

Zo stelt Genesis ons een indringende vraag: welke stem geven wij de ruimte in ons hart? De stem van Lamech, die zegt: Ze zullen merken wat ze mij hebben aangedaan? Of de stem van Jezus Christus, die ons leert leven uit genade?

Want we weten maar al te goed dat ook in ons gezin, op het werk, in de kerk en in de samenleving oude pijn blijft liggen. Woorden kunnen blijven steken. Teleurstellingen kunnen verharden. Maar waar Jezus Christus regeert, hoeft wraak niet het laatste woord te hebben. Daar mag schuld worden beleden, pijn bij God worden gebracht en vergeving langzaam beginnen.

Misschien niet direct als een groot gevoel. Veel vaker begint het bij een verlangen in ons hart en het gebed: ‘Heer, laat mijn pijn geen bitterheid worden. Leer mij loslaten wat ik zelf niet los krijg. Maak in mij Uw stem van genade sterker dan de stem van wraak.’

Want tegenover zevenenzeventigmaal wraak zet Jezus zeventig maal zeven vergeving. Dat is de weg van het Koninkrijk. Niet de weg van zelfhandhaving, maar van genade. In Jezus Christus begint een nieuwe lijn: van vergeving, troost en vrede.

Met een hartelijke groet, ds. Barbara Broeren

©2026 Vredeskerk katwijk - Privacyverklaring - Cookieverklaring
Webontwikkeling: 2nd Chapter - Proclaimer