Overdenking 2026 KC10 - Vrij en onbevreesd in verwarrende tijden!
Deze overdenking is geschreven door ds. Peter Smilde. Hij was zondagochtend 3 mei jl. in ons midden als voorganger. Van 1999 t/m 2009 was hij één van de predikanten van de Vredeskerk. Sinds 2025 is hij met emeritaat.
Een van de eerste ‘moeilijke’ boeken die ik las – op mijn 17e – kwam uit de boekenkast van mijn vader. Hij had een rij boeken staan van de Joodse psycholoog Erich Fromm. Het boek heette: De angst voor vrijheid. Het was in 1941 geschreven, in reactie op het nazisme van Hitler, waaraan hij ternauwernood was ontsnapt.
Fromm onderzocht in dat boek de diepere redenen waarom mensen zich steeds weer onderwerpen aan dictaturen. Het heeft volgens hem te maken met machteloosheid, eenzaamheid, onzekerheid en angst. Kortom: gevoelens van onbeduidendheid. Door de beurskrach van 1929, de hoge inflatie en de verliezen van de Eerste Wereldoorlog was Duitsland in een crisis geraakt. De Duitse bevolking verdrong die negatieve gevoelens door Adolf Hitler te steunen en zich te vereenzelvigen met een autoritaire leider. Men verlangde ernaar weer onderdeel te zijn van een groot en machtig geheel.
Dit boek had vandaag geschreven kunnen zijn. Ook nu is er behoefte aan sterke autocratische leiders die met hun grote mond en groteske beloftes je willen laten geloven dat jij en jouw land er weer toe doet. Overal staan dit soort leiders op, Poetin, Trump, Orban, Erdogan, Bolsonaro, Xi. Ze slaan zichzelf op de borst en gebruiken alle mogelijke middelen om aan de macht te kunnen blijven. Ze verzwakken de democratie, de rechtelijke macht en de persvrijheid. Het merkwaardige is dat daar aantrekkingskracht vanuit gaat. Mensen verlangen naar dictators en nemen de destructieve krachten die daarbij horen op de koop toe. Fromm laat zien dat als mensen onzeker en bang zijn ze graag bereid zijn hun vrijheid op te geven voor nieuwe zekerheden en trots.
Maar wat is vrijheid eigenlijk? En is er ook zoiets als christelijke vrijheid? Wij associëren vrijheid al gauw met: Kunnen doen en zeggen waar je zin in hebt, niet gebonden aan tradities, wetten, autoriteiten of aan de adat van een gemeenschap. Dit ideaal van vrijheid, blijheid hangt samen met individualisme. Wij willen niet graag geremd worden in onze individuele ontplooiing. Vooral op sociale media komt dit soort vrijheid sterk naar voren, zeggen wat je denkt, inclusief de keerzijde daarvan: haat en dreigementen.
Ook als christenen omarmen wij vrijheid. De bevrijding uit het slavenhuis Egypte staat daarvoor symbool. Bovendien omarmen wij als christenen de vrijheid die Christus ons geeft. Hij verlost ons uit de knellende banden van zonde, dood en duivel waar mensen steeds weer in verzeild kunnen raken.
Maar er is iets merkwaardigs en paradoxaals met het bijbelse vrijheidsbegrip. Vrijheid is geen losstaande categorie. Echte vrijheid komt pas tot zijn recht als het stevig verbonden is met God en met de naaste. Zoals een vis niet vrij kan zwemmen zonder water, en zoals een kind niet vrijuit kan spelen zonder de veilige aanwezigheid van zijn ouders, zo kan een christen niet vrij zijn zonder een diepgaande liefdesrelatie met God en de naaste.
Neem Jezus, of Paulus. Zij beschikten over een koninklijke vrijheid. Jezus had iets onafhankelijks en onaantastbaars tegenover de synagoge, de hogepriester, zijn familie, de rijken en zelfs tegenover Pilatus. Hij was niet onder de indruk van hun macht en dreigementen. Hij ging zijn koninklijke gang. Hetzelfde zien we bij Paulus, bij de martelaren van de christelijke kerk, bij Martin Luther King, bisschop Tutu en noem maar op. En je vraagt je af hoe zij zich zo vrij durfden te bewegen? Wat was hun geheim? Was dat zelfvertrouwen, een sterk ego? Of was hun vrijheid ten diepste gefundeerd in Godsvertrouwen: Niets kan mij scheiden van Gods liefde, noch hoogte noch diepte, noch machten noch krachten? Het is duidelijk dat hun vrijheid voortkomt uit hun geworteld zijn in God, in de Vader, in Christus.
Maar gunt God ons ook vrijheid? Jazeker. Al in den beginne koos God ervoor om de mens - als beelddrager van hemzelf - een stukje vrijheid te geven, heel letterlijk: Adam mocht kiezen tussen de twee bomen in het paradijs. De God van de Bijbel wil geen robots, maar mensen, wezens die in vrijheid antwoord kunnen geven op zijn liefde.
Christelijke vrijheid is gebonden aan God, maar niet alleen aan hem, ook aan de naaste. Paulus zegt het zo: ‘U bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw aardse begeerten vrij spel te geven, maar dien elkaar in liefde.’ (Galaten 5:14). Augustinus zei het zo: Heb lief en doe wat je wilt!
Die vrijheid hebben we nodig in tijden, waarin alles in kerk en samenleving onzeker, verwarrend en bedreigend is. Daarbij moeten we de neiging weerstaan om te vluchten in een oeverloze individualistische vrijheid (ik doe waar ik zin in heb). Ook komen we niet verder door ons over te geven aan brullende leiders met hun valse zekerheden. En laten we ook (als zogenaamd genuanceerde mensen) oppassen voor oorlogstaal en vijandsbeelden. Wat we nodig hebben is de koninklijke vrijheid die voortkomt uit de liefde van Christus. Die houding noemt het Wilhelmus treffend: ‘Vrij en onverveerd’. Vrij en onbevreesd!
Met vriendelijke groeten, Ds. Peter L. Smilde
