Overdenking 2026 KC02 - Het goede seizoen om vrucht te dragen
Wat is je favoriete seizoen? Het zou zo’n vraag kunnen zijn die je tegenwoordig op labeltjes van theezakjes vindt. Het is een vraag waardoor je elkaar een beetje beter leert kennen, omdat er meestal allerlei herinneringen en emoties aan verbonden zijn.
Mijn favoriete seizoen is de lente. Ik vind het hoopvol te zien dat de dorre takken weer uitlopen en je piepkleine groene puntjes ziet verschijnen. En dan ben ik al snel bij lied 809 uit het Nieuwe Liedboek, dat zingt: “Blijf niet staren op wat vroeger was. Sta niet stil in het verleden. Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merk je het niet?” (n.a.v. Jesaja 43:18-19) De lente vraagt ons om goed te kijken. Om opmerkzaam te leven om te zien waar God aan het werk is.
Wat is uw favoriete seizoen en wat zegt dat dan over hoe u in het leven en in uw geloof staat? We denken dit kerkelijk seizoen na over de vrucht van de Geest. Vrucht dragen, een mooi mens zijn en worden: dat wil iedereen wel! Paulus zegt het zo mooi dat er natuurlijk geen enkele wet is die iets tegen die prachtige eigenschappen heeft (Galaten 5:23). Maar voordat de zomer komt en we de vruchten kunnen plukken, is er een herfst nodig waarin het oude afsterft, is er een winter nodig waarin er tijd is voor rust, en is er een lente nodig waarin er voorzichtig iets zichtbaar wordt van de kwetsbaarheid van nieuw leven en bloesem moet groeien.
We kunnen niet van de één op de andere dag overstromen van liefde, vreugde en vrede, van geduld, vriendelijkheid en goedheid, van geloof (, trouw), zachtmoedigheid en zelfbeheersing, als we niet eerst afscheid hebben genomen van wat ik maar even noem: de ‘rotte vruchten’. Paulus noemt er een paar: “ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. (Galaten 5:19-31)
Hoe kan in ons de vrucht van de Geest groeien? Dat is allereerst door gebed (het is een gave van Gód!). Maar ook door (alleen of samen) eerlijk te kijken naar waar we afscheid moeten nemen van dat wat niet goed is. Welk blad mag afvallen? Welke tak moet gesnoeid worden? Zo komt er ruimte voor het nieuwe en het verrassende dat God in ons wil doen groeien.
Graag geef ik u onderstaande zegen door die we over onszelf en over anderen mogen uitspreken (origineel van Martin Edens). Dat een ieder van ons mag groeien en bloeien doordat Gods Geest in ons meer en meer ruimte krijgt.
Ik zegen jou met liefde, voor God, je naasten en jezelf,
dat je liefhebt wie jou haten, zelfs wie kiezen voor geweld.
Met vreugde groter dan een glimlach, één die jou kan dragen,
door de warme zonnestralen en het vechten tegen tranen.
Met vrede in een onrustige wereld vol met strijd,
dat rust en kalmte uit jou straalt en in jouw hart en hoofd verblijft.
Ik zegen jou met veel geduld. Dat als de wereld maar blijft razen,
jij de moed hebt te vertragen en te wachten op de Vader.
Een vriendelijk hart voor wie je mag ontmoeten,
dat iedereen zich rondom jou oprecht gezien zal voelen.
Met goedheid in je handen, om te dienen en te delen,
dat je zult zien dat zelfs met weinig jij tot zegen bent voor velen.
Ik zegen jou met het geloof dat zekerheid geeft in de mist
omdat je weet dat Hij als Herder jou naar groene weiden gidst.
Met zachtmoedigheid om te vergeven, te genezen, meer te leren,
hoe God krachtig zichtbaar wordt in wie de andere wang toe keren.
Met zelfbeheersing die voorkomt dat je meer neemt dan dat je geeft,
ik zegen jou met meer van Jezus, die in jou vrucht draagt door zijn Geest.
Hartelijke groet, ds. Barbara Broeren
